Mesh Plane (Meshvlak)

Reference (Referentie)

Menu:

3D Viewport ‣ Add ‣ Image ‣ Mesh Plane

De operator Mesh Plane automatiseert het proces van het maken van een vlak, de grootte ervan aanpassen aan de beeldverhouding van de geselecteerde afbeelding en een materiaal toepassen met de afbeelding als textuur. Het vlak, het materiaal en de textuur krijgen een naam gebaseerd op de bestandsnaam van de afbeelding.

This tool supports importing single images, multiple images, or image sequences, or movie clips:

  • Single Image: Creëert één vlak met de afbeelding toegepast als textuur.

  • Multiple Images: Genereert meerdere vlakken, gestapeld of uit elkaar.

  • Image Sequence/Movie Clip: Creëert een enkel vlak met de geanimeerde sequentie toegepast.

Properties (Eigenschappen)

De huidige importinstellingen kunnen worden opgeslagen als een Operator Preset.

Options (Opties)

Relative Paths

Slaat het pad van het afbeeldingsbestand op relatief ten opzichte van het momenteel geopende blend-bestand. Zie Relative Paths.

Force Reload (Forceer Herladen)

Laadt het afbeeldingsbestand opnieuw als het al bestaat als een afbeeldingsdatasblok.

Detect Image Sequences ( Afbeeldingsequenties Detecteren)

Importeert opeenvolgend genummerde afbeeldingen als een geanimeerde image sequence in plaats van afzonderlijke vlakken. Het framebereik van de sequentie wordt automatisch ingesteld (dit kan later worden aangepast).

Materiaal

Er wordt automatisch een materiaal aangemaakt voor het vlak om de geïmporteerde afbeelding weer te geven. De volgende shaderopties zijn beschikbaar:

Shader

Het type node shader dat moet worden gebruikt.

Principled:

Gebruikt een Principled BSDF shader. De geïmporteerde afbeelding is gekoppeld aan de Base Color invoer.

Shadeless (Schaduwloos):

Creëert een materiaal dat niet reageert op verlichting. Gebruikt een mix van Diffuse en Emissie shaders die worden bestuurd door een Light Path (lichtpad) node.

Emission (Emissie):

Vergelijkbaar met Principled, maar koppelt de afbeeldingstextuur aan de Emission invoer in plaats van Base Color.

Emission Strength (Emissiesterkte)

Past de intensiteit van de emissie aan.

Render Method (Rendermethode)

Regelt het mengen en de compatibiliteit met bepaalde functies. Zie Material Settings voor meer informatie.

Dithered:

Allows for grayscale hashed transparency, and compatible with render passes and raytracing. Also known as deferred rendering.

Bij gebruik van de rendermethode Dithered worden de materialen in lagen gerenderd. Elke laag kan alleen licht uitzenden (bv. refracteren) dat afkomstig is van vorige lagen. Als er geen kruising is met de lagen eronder, vallen de doorlatende BSDF’s terug op light probes (lichtsondes).

Blended (Gemengd):

Staat gekleurde transparantie toe, maar is niet compatibel met renderpasses en raytracing. Ook bekend als forward (voorwaarts) renderen.

Show Backface (Toon Achterkant)

Geeft de achterkant van transparante gebieden weer.

Backface Culling (Achterkant Culling)

Verbergt de achterkant van het vlak.

Overwrite Material (Materiaal Overschrijven)

Als een geïmporteerde afbeelding een naam deelt met een bestaand materiaal, voegt Blender een nummer toe om het te onderscheiden. Het inschakelen van deze optie zorgt ervoor dat het nieuwe materiaal het bestaande overschrijft.

Texture (Textuur)

Notitie

Voor een gedetailleerde uitleg van elke optie, zie Image Texture Node.

Interpolation (Interpolatie)

Bepaalt hoe de afbeelding wordt geschaald wanneer het wordt weergegeven op het vlak.

Extensie

Bepaalt hoe de afbeelding buiten de oorspronkelijke grenzen wordt geëxtrapoleerd.

Alpha (Alfa)

Schakelt transparantie in met behulp van het alfakanaal van de afbeelding.

Auto Refresh (Automatisch Vernieuwen)

Werk afbeeldingen in de viewport automatisch bij wanneer het frame verandert.

Transform (Transformeren)

Geïmporteerde vlakken worden gepositioneerd op de locatie van de 3D-cursor. Meerdere vlakken kunnen verschoven worden met de optie Offset Planes.

Size Mode (Grootte modus)

Bepaalt hoe de grootte van het vlak wordt ingesteld:

Absolute (Absoluut):

De hoogte van het vlak wordt expliciet gedefinieerd in Hoogte, waarbij de breedte wordt aangepast om de hoogte-breedteverhouding te behouden. Voorbeeld: Een afbeelding van 800 × 600 pixels met een hoogte van 1 m resulteert in een breedte van 1,33 m.

Height (Hoogte)

Stelt de hoogte van het vlak in.

Scale to Camera Frame (Schaal naar Cameraframe):

De afmetingen van het vlak zijn ten opzichte van de actieve camera.

Schaal (Scale)

Methode om het vlak te schalen met het cameraframe.

Fit:

Schaalt het vlak zodat het binnen het cameraframe past met behoud van de beeldverhouding.

Fill (Vullen):

Schaalt het vlak zodat het het volledige cameraframe vult, waarbij sommige gebieden mogelijk worden bijgesneden.

Pixels per Inch:

Bepaalt de grootte van het vlak met behulp van de Definition waarde, gemeten in pixels per inch. Voorbeeld: Met een instelling van 600 DPI resulteert een afbeelding van 800 × 600 px in een vlakgrootte van ~0,0339 × 0,0254 m.

Definition (Definitie)

Stelt het aantal pixels per inch in.

Pixels per Blender Unit:

Gebruikt Definition om pixels per Blender-eenheid te definiëren. Voorbeeld: Met een instelling van 600 resulteert een afbeelding van 800 × 600 px in een vlakgrootte van 1,33 × 1 BU.

Definition (Definitie)

Stelt pixels per Blender-eenheid in.

Align (Uitlijnen)

Specificeert de rotatie van het vlak bij het importeren.

Z- (Omlaag), Y-, X-, Z+ (Omhoog), Y+, X+:

Roteert het vlak om het uit te lijnen met de geselecteerde as.

Face Camera (Naar Camera Toewijzen):

Kijkt recht in de camera.

Camera’s Main Axis:

Aligns the plane to a major axis facing the camera view direction.

Track Camera Face Camera Camera’s Main Axis

Adds a Locked Track constraint, ensuring the plane always faces the camera.

Offset Planes

Offsets multiple planes instead of stacking them.

Offset Direction

Specifies the axis along which multiple planes are spaced.

Distance

Defines the spacing between planes.