Transform (Transformeren)

Reference (Referentie)

Mode (Modus):

Object Mode (Objectmodus)

Panel (Paneel):

Properties ‣ Object Properties ‣ Transform

Panel (Paneel):

3D Viewport ‣ Sidebar ‣ Transform

../../../_images/scene-layout_object_properties_transforms_panel.png

Transformeer Eigenschappen.

Met het Transform paneel in de Zijbalk kan men de positie, rotatie en andere eigenschappen van een object bekijken en handmatig/numeriek regelen in Object Mode. Elk object slaat zijn positie, oriëntatie en schaalwaarden op. Deze kunnen numeriek gemanipuleerd, gereset of toegepast worden. In Bewerkingsmodus. Hiermee kan men voornamelijk precieze coördinaten invoeren voor een hoekpunt (vertex), of de middenpositie voor een groep hoekpunten (vertices) (inclusief een rand/vlak). Aangezien elk type object een andere set opties heeft in het Transform paneel in Bewerkingsmodus, zie hun respectievelijke beschrijvingen in het Modeling chapter.

Gebruik dit paneel om de transformerende eigenschappen van het object, zoals positie, rotatie en/of schaal, te bewerken of weer te geven. Deze velden wijzigen de oorsprong van het object en beïnvloeden vervolgens het aspect van alle vertices en vlakken.

Location (Locatie)

Het Object oorsprongspunt in lokale coördinaten.

Rotation (Rotatie)

De lokale oriëntatie van het object ten opzichte van de globale assen en zijn eigen oorsprong.

Rotation Mode (Rotatie-modus)

Methode voor het berekenen van rotaties, aanvullende informatie is te vinden in de manual’s appendix.

Euler:

De hendels van de gizmo zijn uitgelijnd op de Euler-as, zodat men de XYZ-as kan zien die ten grondslag ligt aan de Euler-rotatie, evenals de mogelijke Gimbal Lock.

Axis Angle (Rotatiehoek):

De X-, Y- en Z-coördinaten definiëren een punt ten opzichte van de oorsprongspunt van het object. Dit punt en de oorsprongspunt definiëren een as rond de W-waarde die de rotatie bepaalt.

Quaternion:

X, Y, Z en W komen overeen met de Quaternion-componenten.

Schaal (Scale)

De relatieve schaal van het object langs de lokale as (bijv. de waarde Schaal X vertegenwoordigt de schaal langs de lokale X-as). Elk object (kubus, bol, enz.) heeft bij het maken een schaal van één eenheid in elke lokale richting. Om het object groter of kleiner te maken, schaal het op de gewenste as.

Dimensions

De grootte van de bounding box van het object (uitgelijnd met de lokale assen – denk aan een kartonnen doos die net groot genoeg is voor het object).

Transform Properties Locking (Vergrendelen Transformatie Eigenschappen)

Wanneer de toggle (wissel) vergrendeld is, kan de corresponderende transformatiewaarde niet worden gewijzigd in een interactieve bewerking. Maar de waarde kan nog steeds worden gewijzigd met niet-interactieve bewerkingen, zoals het bewerken van het overeenkomstige invoerveld of met Python.

Als men bijvoorbeeld de eigenschap Locatie X vergrendelt, dan kan de 3D gizmo niet gebruikt worden om het object langs de globale X-as te verplaatsen. Maar het is nog mogelijk om te verplaatsen met de Locatie X invoerveld. Beschouw de vergrendeling als een beperking die alleen vanuit het paneel kan worden gewijzigd.

Om een eigenschap te vergrendelen, klik op het hangslotpictogram naast de knop. De knop is ontgrendeld als het pictogram een open hangslot weergeeft en is vergrendeld als het pictogram een gesloten hangslot weergeeft.

Delta Transforms (Deltatransformaties)

Reference (Referentie)

Mode (Modus):

Object Mode (Objectmodus)

Panel (Paneel):

Properties ‣ Object Properties ‣ Transform ‣ Delta Transforms

Deltatransformaties zijn eenvoudige transformaties die bovenop de hierboven beschreven transformaties worden toegepast. Delta transformaties zijn vooral nuttig in animaties. Men kan bijvoorbeeld een object animeren met de primaire transformaties en het vervolgens verplaatsen met Deltatransformaties.

Parent Inverse Transform

Reference (Referentie)

Mode (Modus):

Object Mode (Objectmodus)

Panel (Paneel):

Properties ‣ Object Properties ‣ Transform ‣ Parent Inverse

Context:

Available when the selected object is parented by another object.

The Parent Inverse transform defines how the child object’s local space is offset relative to its parent. It ensures that when parenting is created, the child keeps its current world position, even though it now inherits transforms from the parent.

The matrix is displayed decomposed into Location, Rotation, and Scale values. These represent the offset needed to maintain the child’s position relative to its parent. The values are read-only and shown for inspection only.

The Rotation Mode determines how the rotation component is displayed, and can be switched between systems such as XYZ Euler, Axis Angle, or Quaternion. This behaves identically to the Rotation Mode (Rotatie-modus) selector used in the main transform panel.

Clear Parent Inverse Transform

Clears the Parent Inverse matrix from the selected objects. With an empty matrix, the location, rotation, and scale properties of the children are interpreted directly in the coordinate space of the parent.

This effectively makes the child’s transforms relative to the parent’s origin, potentially moving the object in world space.

See Clear Parent (Verwijder Ourderrelatie) for additional methods to clear or manage parent-child relationships.