Introductie

Voor het maken van een 3D-scène zijn ten minste drie belangrijke onderdelen nodig: Modellen, materialen en belichting. In dit deel wordt de eerste daarvan behandeld, namelijk modelleren. Modelleren is simpelweg de kunst en wetenschap van het creëren van een oppervlak dat de vorm van een echt object nabootst of de verbeelding van abstracte objecten uitdrukt.

Modes (Modi)

Afhankelijk van het type object dat de gebruiker probeert te modelleren, zijn er verschillende soorten modelleren modes. Omdat modi niet specifiek zijn voor modelleren, worden ze in verschillende delen van de handleiding behandeld.

Schakelen tussen modi tijdens het modelleren komt vaak voor. Sommige tools kunnen beschikbaar zijn in meer dan één modus, terwijl andere uniek kunnen zijn voor een bepaalde modus.

Edit Mode (Bewerkingsmodus)

De Bewerkingsmodus is de hoofdmodus waarin gemodelleerd wordt. De Bewerkingsmodus wordt gebruikt om de volgende typen objecten te bewerken:

  • Meshes

  • Curves (Lijnen)

  • Surfaces (Oppervlakten)

  • Metaballs (Metaballen)

  • Text Objects (Tekstobjecten)

  • Lattice

Men kan alleen de mesh wijzigen van de objecten die men aan het bewerken zijn. Om andere objecten te wijzigen kan de bewerkingsmodus verlaten worden, een ander object worden geselecteerd en de bewerkingsmodus worden geopend of Multi-Object Editing gebruiken.